ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0650
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting na weigering medewerking
Eiser, een Soedanese vreemdeling, werd op 12 maart 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na bijna tien maanden bleef eiser weigeren mee te werken aan zijn uitzetting, ondanks meerdere vertrekgesprekken en pogingen van verweerder om een laissez passer te verkrijgen bij zeven ambassades. Op 16 december 2010 herhaalde eiser zijn weigering tijdens een vertrekgesprek.
De rechtbank oordeelde dat vanaf die datum het zicht op uitzetting ontbrak en de voortzetting van de bewaring onrechtmatig was. Het vervolgberoep werd daarom gegrond verklaard en de maatregel van bewaring werd opgeheven per 12 januari 2011. Tevens werd een schadevergoeding van €1.760,- toegekend voor 22 dagen onrechtmatige bewaring.
Het beroep tegen de verlengingsbeslissing van de bewaring werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, aangezien de bewaring reeds onrechtmatig was. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van het ontbreken van een vertrektermijn niet in deze procedure kon plaatsvinden, maar in het kader van het terugkeerbesluit.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het betreft het beroep tegen de verlengingsbeslissing.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het vervolgberoep gegrond en beveelt opheffing van de bewaring per 12 januari 2011 met toekenning van schadevergoeding.