ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0905
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring en terugkeerprocedure van EU-onderdaan in vreemdelingenrecht
Eiser, een Franse nationaliteit bezittende EU-onderdaan, werd op 22 december 2010 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgeheven op 29 december 2010 nadat de Franse autoriteiten zijn nationaliteit bevestigden. De rechtbank beoordeelde de rechtmatigheid van de bewaring aan de hand van de feiten die op het moment van inbewaringstelling bekend waren.
De rechtbank stelde vast dat de Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG) op 24 december 2010 geïmplementeerd moest zijn, maar dit nog niet was gebeurd. Hierdoor kon eiser vanaf 25 december 2010 rechtstreeks een beroep doen op de bepalingen van deze richtlijn. De rechtbank oordeelde dat de bewaring tot die datum onder de richtlijn viel en daarna mocht voortduren op basis van het feit dat eiser niet meewerkte aan zijn uitzetting.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat de bewaring onrechtmatig was omdat het terugkeerbesluit na de inbewaringstelling was genomen en dat verweerder onvoldoende inspanningen had verricht voor uitzetting tijdens zijn strafrechtelijke detentie. Tevens werd geoordeeld dat de gronden voor bewaring zoals het ontbreken van een identiteitsbewijs en het niet hebben van een vaste woonplaats niet op zichzelf voldoende waren, maar dat het niet meewerken van eiser een rechtvaardiging bood.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, waarbij werd geconcludeerd dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd was met de wet en redelijk was.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.