ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0963
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring zonder voorafgaand terugkeerbesluit
De zaak betreft een vreemdeling die op 26 december 2010 in vreemdelingenbewaring werd gesteld, waarna hij beroep instelde tegen deze maatregel. De eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat het terugkeerbesluit pas na de inbewaringstelling werd uitgereikt, wat volgens hem in strijd was met de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank overwoog dat de terugkeerprocedure al was aangevangen bij de overdracht aan de vreemdelingenpolitie en het daaropvolgende onderzoek, waardoor het beroep op het ontbreken van een terugkeerbesluit faalde.
Verder oordeelde de rechtbank dat de gronden voor bewaring, waaronder het ontbreken van identiteitspapieren, geen vaste woonplaats, het niet naleven van vertrektermijn en het risico op onderduiken, voldoende waren om de maatregel te dragen. De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat deze omstandigheden inherent zijn aan illegaal verblijf en daarom geen reden voor bewaring kunnen zijn. Ook het argument dat een lichter middel had moeten worden toegepast werd verworpen.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig was en dat er geen reden was voor schadevergoeding. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel bevestigd.