ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1035
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.E. Scheepers
- A.A.W.M. Hakvoort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren en verlenging bewaring vreemdeling op grond van Terugkeerrichtlijn
Eiser, een vreemdeling van Iraanse nationaliteit, is op 7 juli 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren en de verlenging van deze bewaring met twaalf maanden, stellende dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat en dat de bewaring onrechtmatig is.
De rechtbank overwoog dat de Terugkeerrichtlijn directe werking heeft en dat de bewaring maximaal 18 maanden mag duren, waarbij na zes maanden een verlengingsbesluit vereist is. Verweerder heeft een verlengingsbesluit genomen op basis van het feit dat eiser het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit frustreert en dat er een redelijk vooruitzicht op verwijdering is, mede doordat een laissezpasser-traject bij de autoriteiten van Koeweit is gestart.
De rechtbank oordeelde dat aspecten van openbare orde en veiligheid niet als grondslag voor bewaring mogen worden gebruikt binnen de Terugkeerrichtlijn. De belangenafweging moet steeds evenredig zijn tussen het middel (bewaring) en het doel (verwijdering). Gezien het frustreren van het onderzoek door eiser en het redelijk vooruitzicht op verwijdering, weegt het belang van verweerder bij voortzetting van de bewaring zwaarder dan het belang van eiser bij invrijheidstelling.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren en de verlenging van de bewaring wordt ongegrond verklaard.