ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1099
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking van rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft bij de rechtbank 's-Gravenhage een verzoek tot wraking van de rechter ingediend, stellende dat hem ter terechtzitting onterecht het woord is ontnomen, wat duidt op vooringenomenheid van de rechter. De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld tijdens een zitting te Zutphen, waarbij partijen aanwezig waren en hun standpunten hebben toegelicht.
De wrakingskamer oordeelde dat de wrakingskamer van de rechtbank 's-Gravenhage, zittinghoudende te Zutphen, bevoegd was het verzoek te behandelen, conform het wrakingsprotocol. De rechter heeft het verzoek gemotiveerd weersproken en toegelicht dat het ontnemen van het woord bedoeld was om het debat te stroomlijnen en niet om de verdediging te belemmeren.
De rechtbank toetste het verzoek aan de criteria van artikel 8:15 Awb Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad omtrent rechterlijke onpartijdigheid. Er werden geen uitzonderlijke omstandigheden vastgesteld die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2011 door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank 's-Gravenhage, met drie rechters, waarbij de voorzitter niet in staat was de beslissing mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.