ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1376
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij geschil over kredietverlening en borgtocht tussen ING en [A] Fruit
In deze civiele procedure vordert ING Bank N.V. en ING Commercial Finance B.V. betaling van aanzienlijke bedragen van [A] Fruit B.V. en haar bestuurders, mede op grond van borgtocht en onrechtmatige daad. ING stelt dat een groot aantal facturen valselijk zijn opgemaakt door QDF, waardoor de kredietfaciliteit is opgezegd en de schuld is opgeëist.
[A] Fruit en een van haar bestuurders betwisten de bevoegdheid van de rechtbank 's-Gravenhage en voeren aan dat de zaak moet worden verwezen naar de rechtbank Rotterdam wegens het ontbreken van voldoende samenhang tussen de vorderingen jegens verschillende partijen. De rechtbank onderzoekt de samenhang tussen de vorderingen en de locatie van de woonplaats van de gedaagden.
De rechtbank stelt vast dat alle vorderingen betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex rondom de kredietverlening en borgstellingen en dat het wederzijds zekerheden-arrangement de samenhang versterkt. Daarom is de rechtbank 's-Gravenhage bevoegd om kennis te nemen van de gehele zaak. Het incident tot relatieve onbevoegdheid wordt afgewezen en [A] Fruit en de bestuurder worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het incident tot relatieve onbevoegdheid af en verklaart zichzelf bevoegd.