ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1434
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging van bewaring vreemdeling wegens niet-implementatie Terugkeerrichtlijn
Eiser, een Chinese vreemdeling, werd op 31 mei 2010 in bewaring gesteld. Verweerder verlengde de bewaring op 17 december 2010 met twaalf maanden, ondanks dat de Terugkeerrichtlijn een maximale bewaringstermijn van zes maanden voorschrijft. De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse wetgeving, met name artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, geen wettelijke grondslag biedt voor deze verlenging na zes maanden.
De rechtbank stelt vast dat eiser vanaf 25 december 2010 een rechtstreeks beroep kan doen op de Terugkeerrichtlijn, omdat deze onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is. De verlenging van de bewaring is onrechtmatig vanaf die datum, mede vanwege het verbod van omgekeerde verticale werking, omdat de richtlijn niet tijdig is geïmplementeerd.
Verder overweegt de rechtbank dat eiser voldoende zicht op uitzetting had tot 25 december 2010, ondanks zijn stelling dat hij niet over zijn paspoort kon beschikken. De rechtbank kent eiser een schadevergoeding toe van €1.520,- voor 19 dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Het beroep tegen de verlengingsbeslissing wordt gegrond verklaard, terwijl het vervolgberoep tegen het voortduren van de bewaring ongegrond wordt verklaard.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, voor zover het betreft het beroep tegen de verlengingsbeslissing. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Uitkomst: De verlenging van de bewaring is onrechtmatig vanaf 25 december 2010 en eiser krijgt schadevergoeding toegekend.