ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1754
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.E. van Diepen
- R.H.G. Odink
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling wegens onvoldoende onderzoek naar lichter middel bij terugkeerprocedure
Eiser verblijft circa twintig jaar in Nederland, waarvan de laatste vijf jaar op een bekend adres. Verweerder legde een inbewaringstelling op zonder eerst de mogelijkheid van een lichter middel te onderzoeken, zoals vereist door artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een lichter middel niet effectief zou zijn, ook niet ondanks de criminele antecedenten van eiser.
De rechtbank benadrukt dat volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie de lidstaten en ook de rechter moeten nagaan of minder dwingende maatregelen volstaan alvorens tot bewaring over te gaan. De terughoudende toets die voorheen mogelijk was, is sinds 25 december 2010 niet meer van toepassing.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en veroordeelt de Staat tot schadevergoeding en betaling van proceskosten. Hiermee wordt de inbewaringstelling als onrechtmatig beoordeeld wegens schending van de proportionaliteit en onvoldoende motivering van de maatregel.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende onderzoek naar een lichter middel, met schadevergoeding en kostenvergoeding aan eiser.