ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1758
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid terugkeerbesluit en toepassing lichter middel bij inbewaringstelling vreemdeling
Eiser werd op 6 januari 2011 in bewaring gesteld wegens het gebruik van een vermeend vals paspoort en het ontbreken van een geldige verblijfsstatus. Eiser stelde dat het terugkeerbesluit geen wettelijke grondslag heeft en dat hij over voldoende middelen van bestaan beschikt via zijn vrouw. Verweerder stelde dat het terugkeerbesluit bevoegd en wettelijk was genomen en dat er sprake was van onttrekkingsgevaar.
De rechtbank overwoog dat uit artikel 63 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 volgt dat verweerder bevoegd is een terugkeerbesluit uit te vaardigen. Tevens is volgens de Terugkeerrichtlijn vereist dat eerst wordt onderzocht of een minder dwingend middel dan bewaring kan worden toegepast. De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet mogelijk was, terwijl eiser woonachtig was op een vast adres en de mogelijkheid had om met hulp van de IOM terug te keren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was en beval onmiddellijke opheffing van de bewaring. Tevens kende zij eiser een schadevergoeding toe voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring onmiddellijk opgeheven en schadevergoeding toegekend.