ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1991
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring onderdaan derde land wegens niet-naleving criteria Terugkeerrichtlijn
Eiser, een onderdaan van Marokko, werd op 2 januari 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op het ontbreken van een identiteitsdocument, geen vaste woon- of verblijfplaats, onvoldoende middelen van bestaan, het niet houden aan de vertrektermijn en het niet melden bij de korpschef.
De rechtbank toetste de maatregel aan artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn, die sinds 25 december 2010 directe werking heeft. Uit jurisprudentie van het HvJ bleek dat de genoemde omstandigheden op zichzelf geen rechtvaardiging vormen voor bewaring. Bovendien ontbraken objectieve, in nationale wetgeving vastgelegde criteria voor het risico op onderduiken.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was vanaf het begin en dat eiser onterecht werd vastgehouden. De maatregel werd per direct opgeheven. Tevens kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.410,- voor de periode van onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van bewaring werd opgeheven wegens het ontbreken van voldoende wettelijke gronden en eiser kreeg schadevergoeding toegekend.