ECLI:NL:RBSGR:2011:BP2455
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring vreemdeling op grond van Terugkeerrichtlijn en Vreemdelingenwet
De zaak betreft het beroep van een vreemdeling tegen de voortzetting van zijn bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, mede beoordeeld aan de hand van de niet-geïmplementeerde Europese Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG).
De rechtbank overweegt dat ondanks het ontbreken van implementatie van de richtlijn, deze toch rechtstreeks toepasbaar is omdat de bepalingen onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn. De bewaring is gerechtvaardigd omdat de vreemdeling zich niet aan zijn vertrektermijn heeft gehouden en onvoldoende medewerking heeft verleend aan zijn terugkeer, wat kwalificeert als het ontwijken van de terugkeerprocedure zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de richtlijn.
Verder concludeert de rechtbank dat de overheid voldoende voortvarend heeft gehandeld in de uitzettingsprocedure, ondanks enkele geannuleerde vluchtpresentaties. Er is een terugkeerbesluit aanwezig en er is een redelijk vooruitzicht op verwijdering, mede door een geboekte vlucht met escort op 29 januari 2011.
De rechtbank wijst het beroep af en kent geen schadevergoeding toe. De belangen van de vreemdeling zijn ter zitting adequaat behartigd door zijn gemachtigde, en het voortduren van de bewaring is niet onrechtmatig.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.