ECLI:NL:RBSGR:2011:BP2577
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring ondanks strafrechtelijke detentie en nationaliteitsverzoek
Eiser is sinds 2006 afwisselend in strafrechtelijke detentie en vreemdelingenbewaring geplaatst, met herhaalde pogingen tot uitzetting naar Turkije. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring van 29 november 2010. Volgens de Terugkeerrichtlijn mag de bewaring maximaal zes maanden duren, met mogelijke verlenging onder strikte voorwaarden.
De rechtbank oordeelt dat strafrechtelijke detentie niet meetelt als bewaring in de zin van de Terugkeerrichtlijn, maar de perioden van vreemdelingenbewaring tussen mei en juni 2010, augustus en september 2010 en vanaf november 2010 bij elkaar opgeteld moeten worden. Deze duren samen ongeveer vier maanden, waardoor de maximale termijn nog niet is bereikt.
Verder is het zicht op uitzetting naar Turkije volgens de rechtbank nog aanwezig, mede doordat eiser in juni 2010 een verzoek tot herkrijging van de Turkse nationaliteit heeft ingediend en het onderzoek in Turkije nog loopt. De rechtbank acht de voortzetting van de bewaring daarom gerechtvaardigd, ondanks de lange duur van de vrijheidsontneming en de criminele antecedenten van eiser.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring gehandhaafd.