ECLI:NL:RBSGR:2011:BP2579
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling wegens niet correcte intrekking visum vreemdeling
Eiser werd op 21 december 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld nadat zijn visum was ingetrokken. De rechtbank stelde vast dat het visum niet op de voorgeschreven wijze was ingetrokken volgens artikel 34, vijfde en zesde lid, van de Visumcode. Hierdoor had eiser ten tijde van zijn inbewaringstelling nog rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder i, van de Vreemdelingenwet 2000.
Hoewel eiser werd verdacht van het plegen van een misdrijf en de minister stelde dat het belang van de openbare orde de bewaring vorderde, oordeelde de rechtbank dat de inbewaringstelling in strijd was met artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank nam aan dat eiser zich tijdig had aangemeld bij de korpschef en dat hij een geldig paspoort bezat, waardoor uitzetting op korte termijn mogelijk was.
De rechtbank wees het beroep van eiser toe, verklaarde de bewaring onrechtmatig vanaf het begin en kende een schadevergoeding toe van €690. Daarnaast werden de proceskosten van €1.311 aan verweerder opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van correcte procedurele handhaving bij intrekking van verblijfsrechten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige inbewaringstelling.