ECLI:NL:RBSGR:2011:BP3081
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Staat voor onrechtmatig strafvorderlijk beslag en schadevergoeding
Eiser werd in 2001 strafrechtelijk vervolgd wegens overtreding van de Opiumwet. Tijdens het onderzoek werd conservatoir beslag gelegd op zijn auto en motorboot. De auto werd in 2001 openbaar geveild, de opbrengst met rente deels aan eiser terugbetaald. De boot bleef verzegeld en werd niet vrijgegeven vanwege een gebrek in de Spaanse vervolgprocedure, waarbij het beslag niet rechtsgeldig in het register was ingeschreven.
Eiser vorderde schadevergoeding van de Staat wegens onrechtmatig beslag en waardevermindering van zijn eigendommen. De Staat voerde verjaring aan voor de vordering over de auto en betwistte aansprakelijkheid. De rechtbank oordeelde dat de vordering over de auto verjaard was omdat eiser al in 2001 bekend was met het beslag en geen stuiting van verjaring had verricht.
Voor de boot werd de vordering niet verjaard omdat eiser pas in 2009 bekend was met het gebrek in de Spaanse procedure. De rechtbank stelde dat de Staat niet onrechtmatig had gehandeld door het beslag, gelet op de veroordeling van eiser en de verdenking. Wel werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de kosten voor de bewaring van de boot sinds 2001, omdat de Staat verantwoordelijk is voor het voortduren van het beslag.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van € 18.678,10 plus wettelijke rente aan eiser en wees overige vorderingen, waaronder incassokosten, af. Proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 18.678,10 plus wettelijke rente wegens onrechtmatig voortduren van beslag op de motorboot.