ECLI:NL:RBSGR:2011:BP3132
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring vreemdeling zonder verblijfsdocument na 25 december 2010
Eiser werd op 28 september 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na eerdere ongegrondverklaring van beroep tegen de bewaring, stelde eiser beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel. De rechtbank moest beoordelen of de gronden voor bewaring na 24 december 2010 nog gerechtvaardigd waren.
De rechtbank concludeerde dat het ontbreken van een verblijfsdocument en het niet tonen van inspanningen om dit te verkrijgen onvoldoende zijn om de bewaring te rechtvaardigen. Dit betekent dat het niet beschikken over een verblijfsdocument niet automatisch betekent dat eiser de terugkeer of verwijderingsprocedure belemmerde of ontwijkte. De gronden voor bewaring konden derhalve niet langer worden gehandhaafd vanaf 25 december 2010.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse wetgeving niet voldoet aan de objectieve criteria zoals vereist door de Terugkeerrichtlijn en dat de bewaring in strijd is met het beginsel van rechtszekerheid en het verbod op willekeur. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bewaring onmiddellijk opgeheven en een schadevergoeding van € 2.480 toegekend. Tevens werden de proceskosten van € 874 aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De bewaring van eiser werd met onmiddellijke ingang opgeheven en hij ontving een schadevergoeding van € 2.480.