ECLI:NL:RBSGR:2011:BP3157
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting van bewaring vreemdeling wegens ontbreken wettelijke grondslag risico op onderduiken
Eiseres werd op 6 december 2010 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen de voortzetting van deze vrijheidsontnemende maatregel. De rechtbank onderzocht of de bewaring sinds het sluiten van het vorige onderzoek gerechtvaardigd bleef. Uit gegevens bleek dat Surinaamse autoriteiten tussen mei en december 2010 meerdere noodpaspoorten hadden afgegeven, waardoor het zicht op uitzetting binnen redelijke termijn aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat het begrip 'risico op onderduiken' zoals bedoeld in de Terugkeerrichtlijn niet in nationale wetgeving was uitgewerkt en dat beleidsregels zoals de Vreemdelingencirculaire 2000 niet als wetgeving konden worden aangemerkt. Hierdoor ontbrak een wettelijke grondslag voor de bewaring na 25 december 2010. Verder werden de andere aan de bewaring ten grondslag gelegde gronden onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval onmiddellijke opheffing van de bewaring en kende eiseres een schadevergoeding toe van €2.240,--. Tevens werden de proceskosten van €874,-- aan eiseres toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van een wettelijke grondslag en correcte implementatie van Europese richtlijnen in nationale wetgeving.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige voortzetting.