ECLI:NL:RBSGR:2011:BP3501
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs politieke vervolging Cuba
Eiser, afkomstig uit Cuba, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vanwege vermeende politieke vervolging en problemen met de Cubaanse autoriteiten. Hij stelde dat hij in 2004 ten onrechte was gedetineerd en sinds zijn vertrek uit Cuba in 2005 vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen en het ontbreken van bewijs voor de gestelde bedreigingen en meldingen bij de immigratiedienst.
Eiser heeft in beroep zijn aanvraag aangevuld en verduidelijkt, maar deze aanvullingen konden in de besluitvorming niet worden meegenomen. De rechtbank oordeelde dat het beroep zich niet richtte op het bestreden besluit zelf en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd vastgesteld dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken'.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk gevaar loopt bij terugkeer naar Cuba en dat hij geen gebruik heeft gemaakt van mogelijke alternatieven zoals gezinshereniging in Moldavië of hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie. Het beroep werd afgewezen zonder toewijzing van proceskosten aan een van de partijen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.