ECLI:NL:RBSGR:2011:BP3568
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning wegens toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder is afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Dit artikel sluit toepassing uit indien er ernstige redenen zijn te vermoeden dat de vreemdeling betrokken is bij ernstige misdrijven.
De rechtbank oordeelt dat reeds in eerdere procedures is vastgesteld dat artikel 1(F) van toepassing is op eiser en dat de door eiser aangevoerde nieuwe feiten en verklaringen geen verandering in deze situatie brengen. Het standpunt van verweerder dat het blijvend onthouden van een verblijfsvergunning niet disproportioneel is, kan niet als een afwijzing van een aanvraag worden beschouwd aangezien eiser geen aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'conform beschikking Minister' heeft ingediend.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen omdat dit niet leidt tot een andere uitkomst binnen de asielprocedure. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.