ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4429
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken onvoorwaardelijke koopovereenkomst monumentaal hofjescomplex
Eiser voerde aan dat tussen hem en gedaagde een koopovereenkomst was gesloten voor een monumentaal hofjescomplex te [plaats A] voor € 1,2 miljoen. Gedaagde had de onderhandelingen afgebroken en het complex aan een ander verkocht voor € 1,4 miljoen. Eiser vorderde een verklaring voor recht dat er een overeenkomst was en dat gedaagde aansprakelijk was voor niet-nakoming en schade.
De rechtbank oordeelde dat enkel de wilsovereenstemming met vertegenwoordigers van gedaagde niet voldoende was voor een onvoorwaardelijke koopovereenkomst. Van belang was dat het College van Kerkrentmeesters het bevoegde orgaan was dat expliciete goedkeuring moest geven. Dit voorbehoud was duidelijk gecommuniceerd aan eiser.
Er was geen gerechtvaardigd vertrouwen dat het College reeds goedkeuring had gegeven. Het tegenvoorstel van het College werd door eiser niet geaccepteerd, waarna gedaagde vrij was de onderhandelingen te beëindigen en het hofjescomplex aan een ander te verkopen. Daarom werden alle vorderingen afgewezen en werd eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens het ontbreken van een onvoorwaardelijke koopovereenkomst en veroordeelt eiser in de proceskosten.