ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4485
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Toekenning Nederlandse nationaliteit op grond van erkenning volgens Dominicaans recht
Verzoeker, geboren in 1981 in de Dominicaanse Republiek, vroeg de rechtbank te bepalen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. De erkenning van verzoeker door een Nederlandse man, die niet zijn biologische vader is, is ingeschreven in het geboorteregister te Cotui. Hoewel Dominicaanse wetgeving alleen erkenning door de biologische vader voorziet, neemt de rechtbank aan dat de erkenning rechtsgeldig is omdat deze door de plaatselijke autoriteiten is geaccepteerd.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker niet door de echtgenoot van zijn moeder is erkend, maar wel door haar tweede echtgenoot, een Nederlandse man. Dit leidt tot de conclusie dat verzoeker vanaf 17 februari 1992 de Nederlandse nationaliteit bezit op grond van artikel 4 lid 1 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (oud).
De IND en de officier van justitie sloten zich aan bij het verzoek en er was geen behoefte aan een mondelinge behandeling. De rechtbank wees het verzoek toe en stelde vast dat verzoeker vanaf genoemde datum de Nederlandse nationaliteit bezit.
Uitkomst: Verzoeker bezit vanaf 17 februari 1992 de Nederlandse nationaliteit op grond van erkenning door een Nederlandse man volgens artikel 4 lid 1 RWN (oud).