ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4554
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bezit Nederlandse nationaliteit na vernietiging erkenningen
Verzoekers, allen erkend tijdens hun minderjarigheid door een Nederlander, verkregen op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap de Nederlandse nationaliteit. In 2008 vernietigde de rechtbank Amsterdam deze erkenningen, wat de familierechtelijke betrekkingen deed vervallen. Echter, verzoekers waren toen reeds meerderjarig, waardoor zij het Nederlanderschap niet verloren.
De moeder van verzoekers had in 1999 de Nederlandse nationaliteit verkregen via Koninklijk Besluit, maar verzoekers sub 1 t/m 4 kregen niet door medenaturalisatie de nationaliteit vanwege het ontbreken van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Verzoekster sub 5 verkreeg de nationaliteit bij geboorte omdat haar moeder toen Nederlander was.
De rechtbank volgt het advies van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en stelt vast dat verzoekers sub 1 t/m 4 vanaf hun erkenning en verzoekster sub 5 vanaf haar geboorte de Nederlandse nationaliteit bezitten. Partijen dragen elk hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoekers de Nederlandse nationaliteit bezitten ondanks de vernietiging van erkenningen.