ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4608
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering en twijfel aan geloofwaardigheid
Verzoeker, van Iraanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen. Verzoeker stelde dat hij zijn identiteitsdocumenten niet kon overleggen uit angst voor refoulement via Turkije naar Iran. Verweerder wees dit af en betoogde dat verzoeker onvoldoende bewijs en geloofwaardige verklaringen had geleverd over zijn reisroute en identiteit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder het bestreden besluit onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van de verantwoordelijkheid van verzoeker voor het overleggen van documenten en de geloofwaardigheid van zijn reisverklaring. Tevens werd verweerder verweten onvoldoende rekening te houden met het arrest van het EHRM van 9 maart 2010, dat concrete aanwijzingen gaf voor een reëel risico bij terugkeer naar Iran.
De rechtbank stelde dat verweerder onvoldoende had weersproken dat verzoeker een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Ook was het oordeel van verweerder over het ontbreken van bewijs van de reis en de geloofwaardigheid van verklaringen onvoldoende gemotiveerd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak werd beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter Janse van Mantgem op 8 februari 2011.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.