ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4869
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning wegens reëel risico op vrouwenbesnijdenis in Egypte
Eiseres, een Egyptische vrouw, vreesde bij terugkeer naar Egypte gedwongen vrouwenbesnijdenis te ondergaan. Zij had haar aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 ingediend. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat de Egyptische autoriteiten bescherming bieden tegen vrouwenbesnijdenis.
De rechtbank stelde vast dat vrouwenbesnijdenis nog steeds op grote schaal voorkomt in Egypte, met een percentage van 91% volgens een UNICEF-rapport uit 2008. Hoewel sinds 2008 een algeheel verbod op vrouwenbesnijdenis geldt, bleek uit het geringe aantal strafrechtelijke vervolgingen dat de bescherming door de autoriteiten onvoldoende is. Verweerder kon slechts één strafzaak overleggen, wat onvoldoende geruststellend was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat de Egyptische autoriteiten effectief bescherming bieden tegen vrouwenbesnijdenis. Hierdoor was het aannemelijk dat eiseres een reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende bescherming tegen vrouwenbesnijdenis door Egyptische autoriteiten.