ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5007
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboete bij niet tijdige betaling omzetbelasting vierde kwartaal 2009
Eiseres heeft de over het vierde kwartaal van 2009 verschuldigde omzetbelasting niet tijdig betaald, waarna verweerder een naheffingsaanslag van €62 en een verzuimboete van €50 oplegde. Eiseres betwistte de hoogte van de boete en stelde dat deze niet in verhouding staat tot het beboete feit en niet hoger mag zijn dan twee procent van de naheffingsaanslag, oftewel €1,24.
De rechtbank overweegt dat het niet tijdig betalen van de belasting vaststaat en dat op grond van artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en het Besluit Bestuurlijke Boeten Burgerlijke Rechtsvordering (BBBB) de boete terecht is opgelegd. De rechtbank wijst het primaire standpunt van eiseres af vanwege gebrek aan onderbouwing en constateert geen feiten die matiging rechtvaardigen.
Ten aanzien van het subsidiaire standpunt stelt de rechtbank dat een verzuimboete een sanctie is die dient voor bestraffing en norminscherping. Een zeer lage boete zoals voorgesteld door eiseres zou dit doel niet bereiken. Daarom wordt een minimumboete van €50 gehanteerd. Uitvoeringstechnische redenen voor lagere boetes bij loonheffing kunnen niet leiden tot het loslaten van deze minimumboete bij omzetbelasting. De verwijzing naar het EVRM wordt niet nader onderbouwd en er is geen sprake van strijd met het EVRM.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de opgelegde verzuimboete van €50.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de verzuimboete van €50 wordt ongegrond verklaard.