ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5352
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op inschrijving als gemeenschapsonderdaan en vergoeding proceskosten
Eiseres, een Hongaarse gemeenschapsonderdaan, verzocht om inschrijving in de basisvoorziening vreemdelingen (BVV) en afgifte van een sticker die rechtmatig verblijf bevestigt. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen vanwege vermeende inconsistenties tussen haar werkgeversverklaring en arbeidsovereenkomst. In bezwaar werd dit besluit herroepen, maar de proceskosten werden niet vergoed.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet had aangetoond waarop de vermeende inconsistenties waren gebaseerd en dat eiseres geen aanvullende stukken had overgelegd die deze zouden rechtvaardigen. Hierdoor was de weigering van vergoeding van proceskosten onrechtmatig en werd het besluit vernietigd. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiseres geen belang had bij het tweede beroep tegen het besluit over de inschrijving, omdat de inschrijving slechts declaratoir van aard is en het rechtmatig verblijf rechtstreeks uit het gemeenschapsrecht voortvloeit.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het beroep tegen het eerste besluit werd gegrond verklaard, het beroep tegen het tweede besluit niet-ontvankelijk. De uitspraak benadrukt dat andere overheidsinstanties zelf verantwoordelijk zijn voor de toetsing van het verblijfsrecht en niet gebonden zijn aan de inschrijvingsdatum in de BVV.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van proceskostenvergoeding wordt gegrond verklaard en het beroep tegen de inschrijving niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.