ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5489
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding gederfd levensonderhoud na overlijden Iraakse man
Deze zaak betreft een vordering tot schadevergoeding voor gederfd levensonderhoud door de vrouw en kinderen van een Iraakse man die in Nederland overleed na een verkeersongeval. De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is en dat Nederlands recht van toepassing is op de vordering, omdat het ongeval in Nederland plaatsvond.
De eisers stelden dat de overledene in Nederland als lasser werkte en een inkomen had waarmee de vrouw en kinderen recht hadden op een maandelijkse vergoeding. Reaal erkende aansprakelijkheid, maar betwistte het inkomen en de schade. De rechtbank constateert dat de eisers onvoldoende concrete bewijsstukken hebben overgelegd om het inkomen en de schade vast te stellen, mede vanwege het ontbreken van gegevens over arbeidsrelaties en verblijfsstatus.
De rechtbank concludeert dat niet kan worden vastgesteld dat de vrouw en kinderen schade (zullen) lijden en wijst daarom de vordering af. Tevens worden de eisers veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. J.E. Bierling en op 2 februari 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens gederfd levensonderhoud wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van schade.