ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5578
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Knijff
- E.A.G.M. van Rens
- I.E.W. Gonzales
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs steken slachtoffer met mes
Verdachte en een medeverdachte werden beiden verdacht van het steken van het slachtoffer met een mes. Zij wezen elkaar aan als dader, maar noch het dossier noch de zitting leverden aanwijzingen voor mededaderschap. De rechtbank moest vaststellen of verdachte het steekincident had gepleegd. Hoewel het wettig bewijs bevestigde dat het slachtoffer was gestoken, was er onvoldoende overtuiging dat verdachte de dader was.
De verklaring van het slachtoffer was niet overtuigend omdat hij niet had gezien wie hem had gestoken en geen van de verdachten herkende bij een fotoconfrontatie. Ook getuigenverklaringen waren indirect en gebaseerd op horen zeggen, met slechts één getuige die een mes zag zwaaien maar niet wie stak. Een andere getuige wisselde van verklaring over wie de dader was, waardoor ook deze verklaring onvoldoende duidelijkheid bood.
De afgetapte telefoongesprekken van verdachte riepen vragen op, maar boden ruimte voor een andere interpretatie dan schuld. Het dossier bevatte geen harde aanwijzingen die overtuigend bewijs konden vormen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Tevens wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf af omdat verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs dat hij het slachtoffer heeft gestoken.