ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5619
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting naar India vanwege visum Verenigde Staten
Verzoeker, een Indiase nationaliteit bezittende vreemdeling, is in bewaring gesteld en er is een terugkeerbesluit genomen. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen zijn uitzetting naar India en verzocht om een voorlopige voorziening om deze uitzetting op te schorten.
De rechtbank oordeelt dat het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening aanwezig is, maar dat het terugkeerbesluit van 28 januari 2011 geen zelfstandige betekenis heeft voor de rechtmatigheid van de bewaring omdat eerdere besluiten al een terugkeerverplichting oplegden.
Wel is de rechtbank van oordeel dat verweerder in strijd met de vereiste zorgvuldigheid handelt door geen onderzoek te doen naar de mogelijkheid van uitzetting naar de Verenigde Staten, waar verzoeker een geldig visum voor heeft en zelf naartoe wil vertrekken. Dit leidt tot de conclusie dat het besluit tot uitzetting naar India kennelijk onrechtmatig is.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen om de uitzetting naar een ander land dan de Verenigde Staten op te schorten totdat op het bezwaar is beslist. Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De uitzetting naar India wordt opgeschort vanwege het ontbreken van onderzoek naar uitzetting naar de Verenigde Staten, waar verzoeker een visum voor heeft.