ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5749
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken concreet verwijderingsvooruitzicht en toekenning schadevergoeding
Eiser verbleef sinds 20 augustus 2010 in bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetste eerder de rechtmatigheid van de bewaring tot aan de sluiting van het onderzoek en beoordeelde nu of de voortzetting rechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de termijn van zes maanden bewaring uit de Terugkeerrichtlijn niet doorloopt tijdens de duur van de asielprocedure, die van 31 augustus tot 23 september 2010 duurde. De asielprocedure wordt niet als bewaring met het oog op verwijdering beschouwd, waardoor een verlengingsbesluit niet verplicht was.
Verder bleek dat sinds januari 2011 geen concreet verwijderingstraject meer liep, aangezien Kenia en Tanzania geen laissez-passer verstrekten en er geen nieuw traject was ingezet. De rechtbank vond dit onvoldoende om de bewaring voort te zetten en verklaarde de bewaring vanaf 25 januari 2011 onrechtmatig.
De maatregel werd per 23 februari 2011 opgeheven. Voor de periode van 29 dagen onrechtmatige bewaring werd een schadevergoeding van €2.320 toegekend. Daarnaast werden proceskosten van €437 aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De bewaring werd opgeheven per 23 februari 2011 en eiser kreeg een schadevergoeding van €2.320 toegekend.