ECLI:NL:RBSGR:2011:BP6103
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende positieve overtuigingskracht en geen uitzonderlijke situatie in Irak
Eiseres, van Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke op 2 augustus 2010 werd afgewezen. Zij stelde dat zij vanwege haar weigering tot een gedwongen huwelijk en de daaropvolgende bedreigingen en geweld binnen haar stam en familie, niet veilig terug kon keren naar Irak. Tevens voerde zij aan dat de veiligheidssituatie in Irak dermate verslechterd is dat zij aanspraak maakt op subsidiaire bescherming op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn.
De rechtbank overwoog dat eiseres onvoldoende positieve overtuigingskracht heeft geleverd voor haar relaas, mede omdat zij haar verblijf in Spanje aanvankelijk verzweeg en haar verklaringen over haar afkomst en stam niet consistent waren. Tevens werd het ontbreken van haar paspoort in Turkije aan haar toegerekend, wat de geloofwaardigheid van haar verhaal ondermijnde.
Ten aanzien van de veiligheidssituatie in Irak concludeerde de rechtbank dat de situatie, mede op basis van ambtsberichten, UNHCR-rapporten en jurisprudentie, niet zodanig verslechterd is dat sprake is van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn. De Iraq War Logs en andere aangevoerde stukken boden geen aanleiding tot twijfel over de juistheid van het ambtsbericht van oktober 2010.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het beroep heeft afgewezen en dat er geen grond bestaat voor het voeren van een categoriaal beschermingsbeleid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.