ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7328
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M. Braam
- M.J. van den Bergh
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van woonplaatsbegrip en AOW-verzekering over niet-verzekerde jaren
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin een korting van 36% op zijn AOW-uitkering is toegepast wegens 18 niet-verzekerde jaren. De kern van het geschil betreft de vraag of eiser in de periode van 18 juni 1970 tot en met 5 juni 1975 al dan niet verzekerd was voor de AOW.
De rechtbank heeft het woonplaatsbegrip beoordeeld aan de hand van jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en het arrest van de Hoge Raad van 21 januari 2011. Hierbij is gekeken naar de juridische, economische en sociale binding van eiser met Nederland. De rechtbank concludeert dat eiser in de betreffende periode niet voldoende binding had om als ingezetene te worden beschouwd. Verblijven in Nederland voor een korte cursus en een affectieve relatie waren onvoldoende, evenals de stellingen over loondienst en loonbelastingbetaling die onvoldoende onderbouwd bleken.
Ook de regularisering in 1975 leidt niet tot de conclusie dat eiser eerder verzekerd was. De rechtbank acht de korting op de AOW-uitkering van 36% terecht en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op de AOW-uitkering wordt ongegrond verklaard.