ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8110
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring en zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese nationaliteit dragende vreemdeling, is op 5 november 2010 in bewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank beoordeelde of de omzetting van de bewaring naar de juiste wettelijke grondslag tijdig heeft plaatsgevonden en of er zicht is op uitzetting naar China.
De rechtbank constateerde dat de omzetting van de bewaring op 20 december 2010 tijdig is verricht. Hoewel het geplande gesprek met de Chinese autoriteiten in februari 2011 niet doorging, is er volgens de rechtbank nog steeds sprake van regelmatig en intensief contact tussen de Nederlandse autoriteiten en de Chinese ambassade om de uitgifte van laissez passers te bespoedigen. Dit contact en de verwachting van een gesprek in maart 2011 vormen voldoende concreet aanknopingspunt voor een spoedige verandering in de handelwijze van de Chinese autoriteiten.
Eiser bracht geen bijzondere omstandigheden naar voren die het ontbreken van zicht op uitzetting zouden onderbouwen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.