ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9266
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A. Beijl
- D. Verduijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring en terugkeerbesluit vreemdeling zonder redelijk vooruitzicht op verwijdering
Eiser, een Iraanse vreemdeling, werd op 5 januari 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, met een terugkeerbesluit als basis. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de bewaring aan de Terugkeerrichtlijn en de nationale wetgeving, waarbij zij zich beperkte tot de constatering dat een terugkeerbesluit aanwezig was, zonder de rechtmatigheid daarvan te beoordelen.
Eiser voerde aan dat het gebruik van aliassen niet als grond voor bewaring kon dienen en dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Iran bestond vanwege het ontbreken van medewerking en diplomatieke belemmeringen. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat het gebruik van aliassen niet aan de maatregel ten grondslag kon worden gelegd en dat op basis van beschikbare gegevens een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestond.
Daarnaast stelde eiser dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelde dat verweerder beoordelingsruimte heeft bij de keuze van het middel en dat de bewaring proportioneel en gerechtvaardigd was gezien de omstandigheden.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet in strijd was met de Vreemdelingenwet, dat de belangenafweging in redelijkheid was gemaakt, en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.