ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9663
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid gemeente tot invordering dwangsom niet verjaard
De zaak betreft de vraag of de gemeente 's-Gravenhage haar bevoegdheid tot invordering van een dwangsom tegen eiseres is kwijtgeraakt door verjaring. De gemeente had aan eiseres een last onder dwangsom opgelegd wegens onrechtmatige kamer-/beddenverhuur in een woning. Na het opleggen van het dwangsombesluit en het uitbrengen van een dwangbevel startte de gemeente executoriaal beslagleggingen en werden diverse stuitingshandelingen verricht.
Eiseres stelde dat de verjaringstermijn van zes maanden, zoals bepaald in artikel 5:35 Awb Pro (oud), was verstreken omdat de gemeente onvoldoende stuitingshandelingen had verricht. De rechtbank analyseerde de relevante feiten, waaronder de betekening van het dwangbevel, het instellen van verzet en hoger beroep, en meerdere exploten tot stuiting van de verjaring.
De rechtbank concludeerde dat de verjaringstermijn op juiste wijze door de gemeente was gestuit, onder meer door de betekening van het dwangbevel, executoriaal beslag, conclusie van antwoord in de verzetprocedure en exploten tijdens hoger beroep. Ook een deurwaardersproces-verbaal van een kennisgeving werd als authentieke akte met dwingende bewijskracht beoordeeld, ondanks ontkenning door eiseres.
Daarom is de bevoegdheid van de gemeente tot invordering van de dwangsom niet verjaard. De vordering van eiseres wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bevoegdheid van de gemeente tot invordering van de dwangsom niet is verjaard en wijst de vordering van eiseres af.