ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9765
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning tijdelijk bouwwerk in Den Haag
Verzoekers, bewoners en ondernemers nabij de bouwlocatie in Den Haag, maakten bezwaar tegen de omgevingsvergunning voor het tijdelijk plaatsen van twee kabel- en leidingsbruggen, stellende dat deze vergunning onterecht niet als gefaseerde vergunning was verleend en onlosmakelijk verbonden zou zijn met de realisatie van een parkeergarage (VAB).
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen gefaseerde vergunning was aangevraagd en dat de vergunning als deelvergunning was verleend zonder strijd met artikel 2.7 Wabo, omdat de bruggen zelfstandig gerealiseerd kunnen worden zonder het parkeergarageproject. Daarnaast werd overwogen dat de vergunningverlening mogelijk tekortkomingen vertoonde ten aanzien van bestemmingsplannen en monumentenadvies, maar dat deze naar verwachting in bezwaar hersteld konden worden.
Verzoekers voerden verder aan dat de agenda van de Welstands- en Monumentencommissie niet was gepubliceerd en dat er onvoldoende rekening was gehouden met belangen van omwonenden en ondernemers. De voorzieningenrechter vond deze stellingen onvoldoende voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Gelet op de belangenafweging en de voorlopige beoordeling van de vergunningverlening werd het verzoek om schorsing afgewezen. De rechter benadrukte dat het belang van verweerder bij het voortzetten van het project zwaarder woog dan het belang van verzoekers bij schorsing, mede omdat de bouwwerken eenvoudig te verwijderen zijn indien later herstel noodzakelijk blijkt.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M.A. Dirks op 10 maart 2011 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor tijdelijke kabel- en leidingsbruggen wordt afgewezen.