ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9779
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.H.B. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatigheid door onmogelijkheid uitzetting naar Libië
Een ongedocumenteerde Libische vreemdeling verzocht om opheffing van zijn vreemdelingenbewaring na een toezegging van de minister van Buitenlandse Zaken dat voorlopig geen Libiërs zullen worden uitgezet naar Libië. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat de situatie in Libië een tijdelijke uitzettingsbelemmering vormt. De rechtbank stelde vast dat de Libische consulaire autoriteiten in Den Haag niet langer effectief staatsgezag uitoefenen, mede door de opstand tegen het regime-Kadhafi en het ontbreken van controle over het gehele grondgebied.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel vereist dat vreemdelingen daadwerkelijk kunnen terugkeren naar hun land van herkomst, wat hier niet het geval is. Gezien de onduidelijkheid over de situatie in Libië en de toezegging van de minister aan de Tweede Kamer, bestaat geen reëel zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Daarom werd de voortzetting van de vreemdelingenbewaring vanaf 24 februari 2011 als onrechtmatig beoordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring en kende een schadevergoeding toe van €640,- voor acht dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten van €874,- aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring is onrechtmatig voortgezet en wordt per direct opgeheven met toekenning van schadevergoeding.