ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0195
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep verblijfsvergunning asiel wegens toepassing artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 31 oktober 2006 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door verweerder werd afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Eerder was zijn verblijfsvergunning ingetrokken wegens vermeende betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen. Diverse verklaringen van Afghaanse functionarissen en documenten werden door eiser overgelegd ter onderbouwing van zijn onschuld.
De rechtbank oordeelde dat deze documenten niet afkomstig waren uit objectief verifieerbare bronnen en onvoldoende concreet waren om het eerdere besluit te herzien. Ook het beroep op een UNHCR-notitie en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU werd verworpen, omdat deze geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eiser en de vergelijkbare personen geen vergelijkbare functies hadden bekleed. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn niet was overschreden. Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.