ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0346
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod continuering hechtenis en gebod tot invrijheidstelling in kort geding
Eiseres werd bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens feiten gepleegd in augustus en september 2010. De dagvaardingen werden haar persoonlijk uitgereikt, waarna zij verstek kreeg. Het vonnis werd onherroepelijk verklaard op 27 november 2010. Op 15 maart 2011 werd eiseres aangehouden voor de uitvoering van dit vonnis en zij verbleef sindsdien in detentie.
Eiseres stelde op 17 maart 2011 hoger beroep in en vorderde in kort geding dat de Staat werd verboden haar hechtenis te continueren en haar in vrijheid te stellen. Zij voerde aan dat zij recht had op een vertaalde dagvaarding vanwege haar beperkte taalvaardigheid en haar lidmaatschap van een minderheid, en dat haar detentie onrechtmatig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de dagvaardingen rechtsgeldig waren betekend en dat het vonnis onherroepelijk was. De aangevoerde argumenten van eiseres, waaronder het beroep op het EVRM, EU-richtlijn en aanbevelingen van de Raad van Europa, leidden niet tot een uitzondering op de regel dat een onherroepelijk vonnis moet worden uitgevoerd. De detentie werd niet als schending van fundamentele mensenrechten beoordeeld. De vordering werd afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op continuering van de hechtenis en gebod tot invrijheidstelling wordt afgewezen.