ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0843
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit wegens onjuiste optie en erkenning
Verzoekster, geboren in Ghana in 1979, vroeg de rechtbank vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit. Zij baseerde dit primair op een verstrekt Nederlands paspoort en subsidiair op erkenning door haar vader die in 1992 genaturaliseerd werd.
De rechtbank oordeelde dat het verstrekken van een paspoort geen grond is voor verkrijging van de Nederlandse nationaliteit. De optie voor Nederlanderschap was gedaan door de stiefmoeder en niet door de werkelijke moeder, waardoor deze niet rechtsgeldig was volgens artikel 27 lid 2 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. Tevens was verzoekster meerderjarig toen haar vader het vaderschap erkende in een verweerschrift, wat niet voldoet aan de erkenningsvereisten van artikel 1:203 BW Pro.
Verder werd vastgesteld dat verzoekster tijdens de naturalisatie van haar vader niet in Nederland verbleef en daardoor niet meegenaturaliseerd kon worden. De rechtbank concludeerde dat verzoekster niet het Nederlanderschap heeft verkregen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen wegens ongeldige optie en erkenning.