ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0900
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Horsthuis
- C. van Linschoten
- G. van der Straaten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somaliër wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht en beoordeling uitzettingsbelemmeringen
Eiser, een Somaliër afkomstig uit de provincie Shabelle Hoose, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende geloofwaardige documenten en een niet overtuigend asielrelaas aanleverde. De rechtbank toetste de motivering en het onderzoek van verweerder aan de hand van de Awb en Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde dat hij vanwege de moord op zijn oom en bedreigingen door bandieten een reëel risico loopt bij terugkeer. Verweerder oordeelde dat het relaas onvoldoende positieve overtuigingskracht bezit, mede omdat eiser geen concrete reisgegevens kon verstrekken en zijn verklaringen deels op vermoedens zijn gebaseerd. Ook werd vastgesteld dat de clan waartoe eiser behoort niet zodanig kwetsbaar is dat dit automatisch bescherming rechtvaardigt.
Ten aanzien van de uitzetting overwoog de rechtbank dat het meeromvattende karakter van het besluit vereist dat de bevoegdheid tot uitzetting wordt betrokken, maar niet de wijze waarop die uitzetting plaatsvindt. De veiligheidssituatie in Mogadishu vormt geen reden om het besluit onrechtmatig te achten, ook niet vanwege de tijdelijke belemmeringen door EHRM-interim measures. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende positieve overtuigingskracht en geen onrechtmatigheid door uitzettingsbelemmeringen.