ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0910
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.A. Koppen
- E. Weiss
- F.J. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap wegens gebruik valse personalia
Verzoeker betoogt dat hij sinds 9 december 1999 de Nederlandse nationaliteit bezit, verkregen via naturalisatie onder bepaalde personalia. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stelt echter dat verzoeker niet de persoon is die in het naturalisatiebesluit is genoemd, maar een ander met valse persoonsgegevens. Uit politieonderzoek, vingerafdrukken en een strafrechtelijke veroordeling blijkt dat verzoeker onder een andere naam en geboortedatum bekend is.
De rechtbank overweegt dat naturalisatiebesluiten vóór 1 april 2003 geen rechtsgevolg hebben indien zij zijn verkregen met valse persoonsgegevens, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Verzoeker heeft wisselende en tegenstrijdige verklaringen afgelegd over zijn identiteit en kan niet overtuigend aantonen dat hij de persoon is die het Nederlanderschap verkreeg.
Psychische problemen van verzoeker verklaren volgens de rechtbank niet de inconsistenties in zijn verklaringen. Het overgelegde bewijs, waaronder een gelegaliseerde geboorteakte en paspoortonderzoek, is onvoldoende om zijn identiteit vast te stellen. De IND heeft voldoende bewijs geleverd dat verzoeker valse personalia gebruikt. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen wegens gebruik van valse personalia bij naturalisatie.