ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ1009
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- D.A. Schreuder
- J.W. Bockwinkel
- Rechtspraak.nl
Vordering schadevergoeding wegens levering TDG voor mosterdgasbombardementen in Irak en Iran
Eisers uit Irak en Iran vorderen schadevergoeding van gedaagde wegens levering van thiodiglycol (TDG) aan het regime van Sadam Hussein, dat mosterdgas vervaardigde en gebruikte bij bombardementen in de jaren tachtig. De rechtbank stelt vast dat de eisers slachtoffer zijn van deze bombardementen en dat gedaagde wist dat het TDG voor mosterdgasproductie werd gebruikt.
De rechtbank bepaalt dat Iraaks recht van toepassing is op de vorderingen van de eisers uit Irak en Iraans recht op die van de eisers uit Iran. Iraaks recht kent verjaring, terwijl Iraans recht dat niet doet. De rechtbank onderzoekt of Nederlandse openbare orde zich verzet tegen toepassing van Iraaks verjaringsrecht en concludeert van niet.
Gedaagde betwist niet de feiten die in de strafprocedure zijn bewezen verklaard, maar voert verweer tegen onrechtmatigheid en verjaring. De rechtbank oordeelt dat gedaagde onvoldoende betwist en geen tegenbewijs mag leveren. De rechtbank zal vragen stellen aan het Internationaal Juridisch Instituut over de inhoud van het Iraakse en Iraanse recht, met name omtrent onrechtmatigheid, causaal verband, verjaring en vergoeding van immateriële schade.
De rechtbank wijst de vorderingen tot vergoeding van kosten van de strafprocedure af, omdat eisers deze procedure op eigen risico hebben gevoerd en geen volledige toewijzing kregen. De beslissing over de hoofdvorderingen wordt aangehouden tot ontvangst van antwoorden van het IJI en nadere processtukken.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt vragen aan het Internationaal Juridisch Instituut over Iraaks en Iraans recht inzake onrechtmatigheid en verjaring.