ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ1312
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende bewijs herkomst uit Centraal-Irak
Eiser, van Iraakse nationaliteit, vroeg asiel aan met de stelling dat hij uit Centraal-Irak afkomstig is en daar bedreigd werd vanwege vermeende samenwerking met Amerikanen. Verweerder wees de aanvraag af omdat de taalanalyse twijfels opriep over de opgegeven herkomst en eiser onvoldoende documenten overlegde ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit.
Eiser overwoog dat de taalanalyse onjuist was en overlegde een contra-expertise, die echter de twijfel niet eenduidig wegnam. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht tot besluitvorming kon overgaan voordat de contra-expertise beschikbaar was en dat de capaciteitsproblemen bij de Taalstudio voor rekening van eiser kwamen.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende kennis had van de lokale omgeving en dat de taalanalyse en contra-expertise beide wezen op herkomst uit Noord-Irak (Arbil) en niet uit Centraal-Irak. Ook werd het beroep op beschermingsbeleid voor Centraal-Irak afgewezen omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt daar vandaan te komen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de herkomst uit Centraal-Irak.