ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ1511
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vreemdelingenbewaring en toepassing Terugkeerrichtlijn in bestuursrechtelijke procedure
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een vreemdeling die in bewaring was gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De eiser betoogde dat de Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG) van toepassing is en dat de inbewaringstelling niet gerechtvaardigd was, onder meer omdat de richtlijn niet correct was geïmplementeerd en er geen risico op onderduiken zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat de Terugkeerrichtlijn tot op dat moment niet in Nederlandse wetgeving was geïmplementeerd, waardoor verweerder geen beroep kon doen op de uitzonderingsbevoegdheid van artikel 2, tweede lid, van de richtlijn. De rechtbank oordeelde verder dat de gronden voor inbewaringstelling, zoals het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, het ontbreken van een vaste verblijfplaats, en het feit dat eiser ongewenst is verklaard, voldoende waren om het vermoeden van ontwijking van uitzetting te rechtvaardigen.
Daarnaast werd overwogen dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld om uitzetting mogelijk te maken, onder meer door maandelijks contact met de Tunesische autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken. De rechtbank verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding, omdat de bewaring rechtmatig en proportioneel was en er geen aanleiding was tot toekenning van schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.