ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2313
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Sierra Leone binnen redelijke termijn
De rechtbank heeft het beroep van een vreemdeling van Sierra Leoonse nationaliteit behandeld tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Minister voor Immigratie en Asiel op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van de bewaring, waarbij eiser stelde dat geen zicht bestond op uitzetting naar Sierra Leone binnen een redelijke termijn.
De rechtbank stelde vast dat sinds begin 2009 geen laissez passers meer zijn verstrekt door de Sierra Leoonse autoriteiten voor gedwongen terugkeer. Hoewel er overleg was geweest tussen de Nederlandse autoriteiten en de Sierra Leoonse ambassade in Brussel, had dit niet geleid tot concrete resultaten. De rechtbank concludeerde dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, hetgeen reeds het geval was ten tijde van de inbewaringstelling.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de bewaring van meet af aan onrechtmatig was en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd aan eiser een schadevergoeding toegekend voor de periode van onrechtmatige bewaring, en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten. De bewaring werd met onmiddellijke ingang opgeheven.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn en eiser ontvangt een schadevergoeding van €1.465,-.