ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2338
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig telefonisch contact tijdens uitlezen mobiele telefoon vreemdeling
Eiser, een Chinese vreemdeling, stelde beroep in tegen de maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betoogde dat zijn ophouding onrechtmatig was omdat tijdens het uitlezen van zijn mobiele telefoon door verweerder zonder zijn toestemming telefonisch contact werd opgenomen met een van zijn contactpersonen, wat in strijd zou zijn met artikel 8 van Pro het EVRM.
De rechtbank stelde vast dat het uitlezen van de mobiele telefoon een wettelijke grondslag heeft in artikel 50, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, maar dat deze bepaling geen bevoegdheid geeft voor het telefonisch contact opnemen met personen uit het elektronische telefoonboek. Ook artikel 5:18 van Pro de Algemene wet bestuursrecht biedt hiervoor geen grondslag. De rechtbank oordeelde dat het contact opnemen zonder toestemming een onrechtmatige inmenging in het privéleven van eiser is.
Desondanks vond de rechtbank dat deze inbreuk niet zo ernstig was dat de belangen van de maatregel van bewaring niet opwegen, mede omdat het contact uitsluitend diende om het oude woonadres van eiser te achterhalen. Verder was er voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede door overleg tussen verweerder en de Chinese autoriteiten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.