ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2352
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering baggerkosten door bodemverontreiniging rivier bij scheepswerf
Nieuwenhuijsen exploiteert een scheepswerf aan de rivier De Donge en is verplicht om de insteekhaven en het riviergedeelte voor haar kade op diepte te houden door baggerwerkzaamheden uit te voeren. Vanwege bodemverontreiniging brengt dit extra kosten met zich mee. Nieuwenhuijsen vordert dat de Staat deze kosten draagt en een stortplaats voor de verontreinigde baggerspecie aanwijst.
De Staat voert verweer dat zij sinds 2004 niet meer eigenaar is van de rivier en dat de eigendom en het beheer aan de gemeente zijn overgedragen. De afspraken tussen de Staat en de gemeente bevatten geen derdenbeding ten gunste van Nieuwenhuijsen, zodat zij geen rechtstreeks beroep kan doen op deze afspraken. Ook is niet vastgesteld dat de Staat als veroorzaker aansprakelijk is voor de bodemverontreiniging.
De rechtbank oordeelt dat Nieuwenhuijsen de Staat niet rechtstreeks kan aanspreken voor de extra kosten van de baggerwerkzaamheden. De vordering wordt afgewezen en Nieuwenhuijsen wordt veroordeeld in de proceskosten. De vergunning uit 1978 verplicht de Staat niet tot het dragen van deze kosten, en de eerdere kosteloze stortingen geven geen recht op toekomstige vergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Nieuwenhuijsen af en veroordeelt haar in de proceskosten.