ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2524
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling banksaldi bij echtscheiding met peildatum en verrekening
Partijen zijn gehuwd geweest en gescheiden op 8 april 2009. Bij beschikking is een boedelverdeling vastgesteld waarbij bankrekeningen zijn toegewezen aan elk van de partijen, met de bepaling dat de helft van het saldo aan de ander wordt uitbetaald. Het geschil betrof de peildatum voor de vaststelling van de saldi van de bankrekeningen.
Eiser vorderde dat de saldi per 8 april 2009 zouden worden vastgesteld, terwijl gedaagde stelde dat de datum van 30 mei 2008, de datum van indiening van het echtscheidingsrekest, redelijker was vanwege onder meer partneralimentatie die na die datum werd gestort en het zelfstandig beheer van de rekeningen vanaf die datum.
De rechtbank oordeelde dat de bedragen die gedaagde had opgenomen in februari 2008 voor een auto en huishoudelijke kosten reeds in de boedelverdeling waren betrokken. De alimentatie werd pas vanaf 18 juli 2008 gestort, zodat deze niet in de verdeling moest worden meegenomen. Partijen waren het eens over de saldi per mei 2008 en de rechtbank achtte deze datum redelijk en billijk als peildatum.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van €470,85 aan eiser, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 april 2009. De vordering tot openheid van zaken per 8 april 2009 werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €470,85 plus wettelijke rente vanaf 8 april 2009, met peildatum voor verdeling van banksaldi op 30 mei 2008.