ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2525
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuursrechter en ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing dwangsomverzoek
Eiser, van Soedanese nationaliteit, verzocht de minister voor Immigratie en Asiel om betaling van een dwangsom opgelegd door de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen op een bezwaarschrift. Verweerder wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte tegen deze afwijzing. Verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Eiser stelde dat de brief van afwijzing geen besluit in de zin van de Awb was, maar de rechtbank oordeelde dat dit wel het geval was en dat het bezwaar tijdig was ingediend.
De rechtbank stelde vast dat zij als bestuursrechter bevoegd is om kennis te nemen van het beroep, mede gelet op de algemene dwangsombevoegdheid en de regeling in de Awb. De brief van 5 januari 2009 werd aangemerkt als een beschikking in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, omdat het een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan betrof met een publiekrechtelijk karakter.
De rechtbank vernietigde het besluit van 31 mei 2010 waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een beslissing moet nemen op het bezwaarschrift van 22 januari 2009. De overige beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en bepaalt dat verweerder alsnog op het bezwaar moet beslissen.