ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2601
Rechtbank 's-Gravenhage
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening verblijfsvergunning afgewezen wegens onredelijke termijn
Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek tot herziening ingediend van een uitspraak van 13 februari 2002, waarin haar beroep tegen weigering van een verblijfsvergunning om klemmende reden van humanitaire aard ongegrond werd verklaard.
In 2008 werd de zoon van verzoekster ongewenst verklaard, waarna in diens procedure stukken over de verblijfsstatus van verzoekster aan het licht kwamen. Deze stukken waren vanaf januari 2009 bekend bij de gemachtigde van verzoekster. Verzoekster diende haar verzoek tot herziening echter pas op 28 juli 2010 in, ruim zes maanden na het moment waarop zij redelijkerwijs had kunnen verzoeken.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster onredelijk laat heeft gehandeld door eerst de uitkomst van de procedure van haar zoon af te wachten. Ook het feit dat verweerder eerder niet had voldaan aan een onderzoeksopdracht uit 1999 doet hieraan niet af. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke late indiening.